Een tornooischema maken komt neer op vier beslissingen: hoeveel ploegen, welke formule, hoeveel velden en hoe lang een wedstrijd duurt. Zijn die vier bekend, dan ligt de rest vast.
De formule bepaalt hoeveel wedstrijden er gespeeld worden en of iedereen even lang blijft.
In een poule waarin iedereen één keer tegen elkaar speelt, is het aantal wedstrijden n × (n − 1) ÷ 2, met n het aantal ploegen in die poule. Vier ploegen geven dus 6 wedstrijden, vijf ploegen 10.
Verdeel je 12 ploegen over 3 poules van 4, dan zijn dat 3 × 6 = 18 poulewedstrijden. Zet je ze in één poule van 12, dan zijn het er 66. Meer poules betekent minder wedstrijden — en dus een korter tornooi.
Tel bij de speelduur van een wedstrijd de wisseltijd op, deel het totaal aantal wedstrijden door het aantal velden, en vermenigvuldig:
duur ≈ (aantal wedstrijden ÷ aantal velden) × (speelduur + wisseltijd)
18 poulewedstrijden op 3 velden, 12 minuten spelen en 3 minuten wissel: (18 ÷ 3) × 15 = 90 minuten. Komt daar een eindronde van 4 wedstrijden bij, dan reken je daar nog eens 20 tot 30 minuten bij.
In UwTornooi vul je ploegen, velden, speelduur en aanvangsuur in en klik je op Genereer. Het schema houdt rekening met de wisseltijd, met pauzevensters en met de minimale rust van een ploeg tussen twee wedstrijden. Daarna versleep je desgewenst nog kaarten in het schema — elke verplaatsing wordt meteen bewaard.
Vier of vijf werkt in de praktijk het best. Bij vier speelt elke ploeg 3 wedstrijden, bij vijf 4. Grotere poules lopen snel op: een poule van 8 is al 28 wedstrijden, waardoor de wachttijd tussen twee eigen wedstrijden lang wordt.
Ja, en dat is één klik: pas de ploegen aan en genereer opnieuw. Wil je enkel één poule herschikken, dan kan je bij het genereren kiezen voor welke categorie of poule je herberekent, zodat de rest blijft staan.
Ja. Na het genereren versleep je de wedstrijdkaarten in het schema naar een ander uur of veld. Conflicten — twee wedstrijden tegelijk op één veld, of een ploeg met te weinig rust — worden meteen in kleur gemeld.