Het aantal wedstrijden hangt niet af van het aantal ploegen alleen, maar van hoe je ze verdeelt. Dezelfde 12 ploegen kunnen 18 of 66 wedstrijden opleveren.
Speelt iedereen in een poule één keer tegen elkaar, dan is het aantal wedstrijden n × (n − 1) ÷ 2. Voor een poule van 4: 4 × 3 ÷ 2 = 6.
| Ploegen in de poule | Wedstrijden | Per ploeg |
|---|---|---|
| 3 | 3 | 2 |
| 4 | 6 | 3 |
| 5 | 10 | 4 |
| 6 | 15 | 5 |
| 8 | 28 | 7 |
| 10 | 45 | 9 |
| 12 | 66 | 11 |
Verdeel je het veld over meerdere poules, dan tel je de poules gewoon op.
| Ploegen | Verdeling | Poulewedstrijden | Per ploeg |
|---|---|---|---|
| 8 | 2 poules van 4 | 12 | 3 |
| 8 | 1 poule van 8 | 28 | 7 |
| 9 | 3 poules van 3 | 9 | 2 |
| 10 | 2 poules van 5 | 20 | 4 |
| 12 | 4 poules van 3 | 12 | 2 |
| 12 | 3 poules van 4 | 18 | 3 |
| 12 | 2 poules van 6 | 30 | 5 |
| 16 | 4 poules van 4 | 24 | 3 |
Een knock-out met k ploegen kost k − 1 wedstrijden, plus 1 als je een troostfinale voor de 3e plaats speelt. Vier ploegen in de eindronde zijn dus 3 wedstrijden, of 4 met troostfinale. Acht ploegen zijn er 7, of 8.
Bij plaatsingswedstrijden ligt het anders: daar speelt élke poulepositie door, dus komen er ongeveer evenveel wedstrijden bij als er ploegen zijn gedeeld door twee.
Bij de gebruikelijke opzet van 3 poules van 4: 18 poulewedstrijden. Speel je daarna een eindronde met 4 ploegen inclusief troostfinale, dan kom je op 22 wedstrijden en speelt elke ploeg er minstens 3.
Zet minstens 4 ploegen in een poule. In een poule van 4 speelt iedereen 3 wedstrijden; in een poule van 3 maar 2. Wil je meer garantie, kies dan plaatsingswedstrijden: dan speelt iedereen ook na de poules verder.
Meestal omdat de wisseltijd niet meegerekend is. Reken per wedstrijd de speelduur plus de tijd om van veld te wisselen, en deel pas daarna door het aantal velden.