Deze twee vragen zijn dezelfde vraag: het aantal velden bepaalt hoeveel wedstrijden er tegelijk kunnen doorgaan, en dus hoe lang je tornooi duurt.
duur ≈ (aantal wedstrijden ÷ aantal velden) × (speelduur + wisseltijd)
De wisseltijd is de marge tussen twee opeenvolgende wedstrijden op hetzelfde veld — voor opwarmen, wisselen en het invullen van de uitslag. Reken 3 tot 5 minuten; vergeet je die, dan loopt je tornooi structureel uit.
12 ploegen in 3 poules van 4 geeft 18 poulewedstrijden. Met 12 minuten spelen en 3 minuten wissel:
Komt daar een eindronde van 4 wedstrijden bij, tel dan 20 tot 30 minuten op — die wedstrijden lopen minder goed parallel omdat ze op elkaar wachten.
Een ploeg kan maar op één veld tegelijk staan. Heb je 3 poules en 4 velden, dan staat het vierde veld regelmatig leeg omdat er geen wedstrijd is die zonder conflict ingepland kan worden. Vuistregel: ongeveer één veld per poule werkt vlot.
Denk ook aan rust: laat een ploeg niet twee wedstrijden na elkaar spelen. In UwTornooi stel je daarvoor de minimale rusttijd in; wedstrijden waarbij een ploeg te weinig recuperatie krijgt, kleuren oranje in het schema.
Drie is de vlotte keuze bij 3 poules van 4: elke poule krijgt dan zijn eigen veld en de 18 poulewedstrijden zijn in ongeveer anderhalf uur gespeeld. Met twee velden duurt hetzelfde tornooi ruim twee uur.
Met 2 poules van 4 zijn dat 12 poulewedstrijden. Op 2 velden, 12 minuten spelen en 3 minuten wissel: (12 ÷ 2) × 15 = 90 minuten, plus een eindronde van 3 à 4 wedstrijden.
Zet een pauzevenster op dat ene veld in plaats van op het hele tornooi. De rest speelt gewoon door en de generator plant er geen wedstrijden in.